← haes zn pad

Strips beschouwen: deel III

R.C. Harvey en The Art of the Comic Book

strips beschouwen - the art of the comic book - RC Harvey en striptekenaar haes - haes illustraties

Samenvatting:
In deel I van Strips Beschouwen stelde ik dat het lezers ontbreekt aan een passend idioom voor het praten over strips. In deel II zette ik een aantal aanknopingspunten op een rij van strip-goeroe Scott McCloud.
In dit derde deel bespreek ik de ideeën van een minder bekende strip specialist, Robert C. Harvey. Hij schreef met The art of the Comic Book een welkome aanvulling op de strip-discussie.
Ik eindig weer met een aantal praktische vragen die de striplezer zichzelf kan stellen.

Beyond McCloud

Na het lezen van McClouds standaardwerk over strips was ik overdonderd.
Zoveel striptheorieën, allemaal in één boek.
Meer heeft een striplezer niet nodig toch?
Maar de wetenschapper in mij (die is er, ergens) vond ook dat ik op z’n minst op zoek moest naar aanvullende theorieën. Blind varen op één baken is nooit een goed idee.

cartoon - blind varen op een baken - stripmaker haes

Zo kwam ik uit bij R.C. Harvey, een Amerikaan met een voorliefde voor de krantenstrip (en als ‘cartoon-alter ego’ een konijn…).
Zijn The Art of the Comic Book is een waanzinnig boek over het beeldverhaal.
Hij bespreekt de geschiedenis van het medium, maar het staat ook nog bomvol theorie over wat strips zo uniek maakt.
Net als Understanding Comics, is dit een aanrader voor iedereen die meer over het medium wil weten.

RC Harvey the art of the comic book - stripmaker haes

Harveys theorieën worden extra interessant naast die van McCloud. Want hoewel zij over hetzelfde spreken, zijn hun invalshoeken behoorlijk anders.
Verder hoor je nooit iemand over The Art of the Comic Book, dus besteed ik er hier graag aandacht aan.

DEFINITIE

Harvey definieert strips als volgt:
“Comics are understood as narratives told by a sequence of pictures with the dialogue of the characters incorporated in the form of speech balloons.”

Vergeleken met McCloud valt op dat hij de aanwezigheid van tekst(ballonnen) dus opneemt in de definitie.
“Comics are a hybrid form: words and pictures.”
Hoewel McCloud de woord-beeldrelatie belangrijk vindt, nam hij deze bewust niet op in de definitie.

GEEN LITERATUUR (…OF FILM)

Bij de ‘dual nature’ van strips ligt volgens Harvey ook direct de oorzaak van de problemen die men heeft met het duiden van het medium.
Strips zijn weliswaar verhalen (narratieven), maar zouden niet beoordeeld moeten worden volgens het idioom van hun tekstuele broertje: de literatuur. Veel stripanalyse gaat over plot, karakterontwikkeling, thema en allerlei andere termen gekoppeld aan het literaire debat.
Daarmee negeert deze lezer de verhalende functie van het beeld.
“In the best examples of the art of comics, the pictures do not merely depict characters and events in a story. The pictures also add meaning, significance to a story.”

Zijn nadruk ligt dus op de verhalende functie van de tekeningen.
Een tekening kan te gek zijn, maar als deze niet bijdraagt aan het vertellen van het verhaal, kun je zeggen dat hij ‘onsuccesvol’ is binnen een stripverhaal.

Andere critici bespreken strips alsof het films zijn.
Daarbij kiezen ze termen uit de filmwereld (close-up, camerahoek etc.)
Geen van deze invalshoeken respecteert de uniciteit van het strip medium.
Ze bieden (soms) wel inzicht, maar omhelzen niet het unieke aspect van het medium: Het vermengen van woord en beeld voor narratieve doeleinden!

VERBAL-VISUAL BLEND

Harvey noemt deze vermenging de ‘verbal-visual blend’. De mate waarin woord en beeld vermengen. Hoe succesvoller dat gebeurt, hoe beter de auteur het medium gebruikt, aldus Harvey.
Dat betekent dat hij wel degelijk praat over ‘geslaagde en minder geslaagde’ strips.
Hij illustreert dit aan de hand van een aantal humorstrips.

*Net als bij McCloud, gebruik ik Harvey’s voorbeelden omdat die zijn punt het best illustreren. In een toekomstig artikel zal ik een aantal Nederlandse humorstrips eens langs deze meetlat leggen. Alle afbeeldingen gebruik ik zonder expliciete toestemming van de rechthebbenden.

RC Harvey cartoon verbal - stripmaker haes(Shoe door: Jeff MacNelly)

RC Harvey cartoon verbal 2 - stripmaker haes(Frank & Ernest door: Bob Thave)

Deze grappen zijn volledig ‘tekstueel’.
We hebben het beeld niet nodig om de grappen te begrijpen.

RC Harvey cartoon visual - stripmaker haes(Born Loser, door: Art & Chip Sansom)

Dit voorbeeld is juist volledig visueel.

Hoewel al deze strips zonder meer grappig zijn, benutten ze de mogelijkheden van het genre niet volledig.
Wat deze strips wel doen, is de humor ‘timen’.
Ze druppelen de dialoog over ons uit, tot we bij de punchline komen.
Waar deze functie van strips (timing) bij McCloud een centrale rol speelt, is het bij Harvey meer een terzijde.

De verbal-visual blend komt beter tot z’n recht in de onderstaande voorbeelden:

RC Harvey cartoon blend 1 - stripmaker haes(Tiger door: Bud Blake)

Zonder de tekeningen zouden we niet begrijpen hoe de hond wordt verwend. En zonder de dialoog zouden we niet weten hoe we de beelden moesten interpreteren.
Zodra we de puzzelstukjes in elkaar plaatsen, snappen we de grap.

Deze B.C. strip gaat nog een stap verder:

RC Harvey cartoon blend 2 - stripmaker haes(B.C. door: Johnny Hart)

De dialoog is te interpreteren op twee niveaus. Zodra de lezer snapt/ziet dat de schaduw van de man ontbreekt, ontstaat een gelaagde, subtiele grap.

Het is belangrijk om te melden dat de eerste drie voorbeelden niet per se ‘fout’ zijn. En misschien vinden sommigen die wel beter/grappiger dan de laatste twee.
Echter, je kunt wel zonder meer vaststellen dat de laatste twee strips de mogelijkheden van het medium beter benutten.

NIET ALLEEN HUMOR

De voorbeelden uit deze humor strips zijn zo treffend, omdat het kleine, dus makkelijk toetsbare verhaaltjes zijn.
Maar, de toets van de verbal-visual blend is ook bruikbaar voor meer ‘verhalende’ strip. Ook daar kun je kijken in hoeverre woord en beeld samen het verhaal vertellen.

Zoals in deze scene uit Detective Comics 472 waarin Rupert Thorne probeert de identiteit van Batman te achterhalen door Hugo Strange (jaja, dat is een karakter) te martelen.

RC Harvey cartoon blend thorne - stripmaker haes

De combinatie van woord (de geluidseffecten, de dialoog) en beeld (Thorne’s emotieloze gezicht, de hand van Strange) geven een inzicht in het karakter op een manier die woord en beeld los van elkaar nooit zou lukken.

De woord-beeld-toets vind ik het meest interessante aan The Art of the Comics.
Het is zo’n simpele, maar erg efficiënte, manier om een strip te beoordelen.
Harvey geeft zelf al aan, dit is vooral een ‘ingang’ om het over strips te hebben. Het dwingt ons te concentreren op de verhalende rol van de afbeeldingen.

VIER ELEMENTEN

Naast deze verbal-visual blend, onderscheidt Harvey vier visuele elementen die belangrijk zijn bij het beschouwen van een strip(pagina).
Net als bij McCloud gebruik ik hier de Engelse termen.

A. NARRATIVE BREAKDOWN
De manier waarop het verhaal in panels is onderverdeeld.

B. COMPOSITION
De compositie van de afbeelding binnen het panel.

C. LAYOUT
De manier waarop de panels zich tot elkaar verhouden op één pagina in vorm en grootte.

D. STYLE
De individuele stijl van de tekenaar. De manier waarop hij gezichten, gebouwen en dergelijke tekent.

Deze indeling is een beetje kunstmatig, omdat in een strip deze elementen samenwerken. Toch is het nuttig ze individueel te bekijken, om een beter beeld van het geheel te krijgen.
De belangrijkste vraag blijft telkens “hoe worden deze elementen ingezet om het verhaal te vertellen?”.

VOORBEELD

Harveys analyses in The Art of the Comic Book zijn ontzettend uitgebreid. Aan de manier waarop hij iedere inkt-lijn analyseert en bespreekt in hoeverre deze in dienst staat van het verhaal kan iedere recensent een flinke punt zuigen. Om het hier een beetje behapbaar te houden, bespreek ik een klein deel van zijn pagina-analyse van Detective Comics 475.
Hopelijk krijg je dan een beetje een beeld over de manier waarop je de vier elementen kunt gebruiken.

batman silver stcloud analyse - stripmaker haes
(In deze scene confronteert Batman de vriendin van Bruce Wayne, Silver StCloud om te achterhalen of zij weet of Batman en Wayne dezelfde persoon zijn. In deze bespreking laat ik het voyeuristische karakter van de scene en de speels omgeslagen badhanddoek even buiten beschouwing.)

De compositie (B) in de eerste vier panels leidt ons door het verhaal: we kijken mee vanuit het gezichtspunt van Batman (panel 1 t/m 3) totdat de camera plots 180 graden draait (panel 4) om het gezichtspunt van Silver te tonen. Daarmee versterkt compositie het idee van conflict in deze scene.
De manier waarop de pagina is opgebroken (narrative breakdown (A)) werkt hier ook aan mee. Het vertragen van Batmans entree (uitgesmeerd over twee panels, 4 en 5) verhoogt het drama.
De layout (C) van de pagina draagt bij aan de atmosfeer van de scene. Door Batman in panel 5 groot op de voorgrond te plaatsen (en zijn cape als handige ‘geleider’) wordt ons oog soepel in tegenovergestelde leesvolgorde gedwongen:
batman leesrichting - stripmaker haes

Niet alleen dragen narrative breakdown, compositie en layout bij aan het vertellen van het verhaal. Ze tonen ook het onderliggende psychologische conflict.
De afstand tussen Batman en Silver.
De tegenstelling tot de duistere misdaadbestrijder en het onschuldige meisje.

STIJL

Het vierde element, style, is volgens Harvey van minimaal belang bij het vertellen van het verhaal.

Ik ben het daar niet helemaal mee eens.
Een specifieke tekenstijl kan meer doen dan een bepaalde sfeer oproepen.
Het kan een verhalend component in zich dragen.
Een goed voorbeeld hiervan is volgens mij Watchmen. De epische deconstructie van het superheldengenre door Alan Moore met tekenwerk van Dave Gibbons.

watchman gibbons - stripmaker haes

Gibbons haast naïeve tekenstijl draagt volgens mij enorm bij aan de manier waarop we het verhaal ervaren.
Inderdaad, als we die superhelden zo zien, in het volle licht, met hun onderbroekjes over hun kostuum, dan zien ze er ook belachelijk uit. Dat versterkt het onderliggende idee van het hele verhaal. Daarmee vervult het, volgens mij, een cruciale narratieve functie.

Verderop in The Art of the Comic Book bespreekt Harvey ook een aantal voorbeelden die aantonen dat hij stijl wel degelijk een belangrijk element vindt. Misschien dat hij bedoelt dat in de nogal ‘gestandaardiseerde’ superheldenstrip dit element minder belangrijk is dan in bijvoorbeeld individualistische graphic novels.

PRAKTISCH BESCHOUWEN

Naar aanleiding van The Art of the Comic Book kun je jezelf als striplezer weer een aantal vragen stellen:

A – VERBAL-VISUAL BLEND

1. Op welke manier werken woord en beeld samen?
2. Begrijp je de strip ook zonder woorden?
3. Begrijp je de strip ook zonder de tekeningen?
4. Hoe had dat anders gekund?

B – VIER ELEMENTEN

1. Op welke manier is het verhaal in panels verdeeld (narrative breakdown)?
2. Hoe is de compositie binnen de panels (composition)
3. Hoe verhouden de panels zich tot elkaar en de pagina (layout)?
4. Wat valt je op aan de tekenstijl (style)?
5. Hoe dragen deze vier elementen al dan niet bij aan het vertellen van het verhaal?

TOT SLOT

In dit artikel besprak ik de theorieën van R.C. Harvey over strips lezen.
Zijn belangrijkste punt is de VERBAL-VISUAL BLEND, de manier waarop tekst en beeld als een tandem werken om het verhaal te vertellen.
Verder onderscheidt hij vier elementen die belangrijk zijn bij het beschouwen van strips: NARRATIVE BREAKDOWN COMPOSITION, LAYOUT en STYLE.
Aan de hand hiervan maakte ik weer een korte ‘checklist’ met vragen.

Het is interessant deze lijst naast die uit het McCloud artikel te houden.

cartoon - er naast houden - stripmaker haes

Nu er twee strip theoretici aan het woord zijn geweest, is het misschien tijd om eens te rade te gaan bij iemand die met beide voeten in de modder stond.
Volgende keer kijken we naar de ideeën van de meester van het medium, Will Eisner!

(1) awesome folk have had something to say...

  • Theodoortje - Beantwoorden

    12 april 2016 at 12:29

    Soms nog best lastig als niet striplezer, maar zeker interessant!

Please leave a Comment